Alles wijst erop dat we bij de komende Belgische verkiezingen wel eens een historisch resultaat zouden kunnen krijgen waarbij de extreme partijen uitzonderlijk hoog scoren. Ik ben daar niet enorm enthousiast over, maar vanuit een psychologisch en maatschappelijk standpunt vind ik dat zeer interessant en veelzeggend over onze huidige samenleving. Hoe komt het dat de extremen zo populair zijn, hoeveel vertrouwen hebben mensen nog in de politiek en hoe moet het nu verder? Zou de maatschappij niet wat meer baat hebben bij constructief en genuanceerd dialoog, in plaats van het polariserende discours dat vandaag de dag de dans leidt?
Populisme
In politiek staat vertrouwen centraal. We vertrouwen bijvoorbeeld op Alexander De Croo als sterke staatsman, of Bart De Wever als goede huisvader, om het land weer op orde te krijgen. We geven bepaalde partijen en politici onze stem, zodat zij vervolgens de lijnen kunnen uitzetten en een beleid kunnen voeren waarin wij geloven. In de aanloop naar deze verkiezingen lijkt het algemeen vertrouwen in de politiek echter op een bijzonder laag pitje te staan, vertelt ook Julien De Wit in zijn boek Ge(e)neratie. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, dus wanneer we met iets te veel schandalen of loze beloftes geconfronteerd worden, kan dat wel eens nefast worden voor de geloofwaardigheid van de politiek. Dat gaat doorgaans ten koste van de regeringspartijen omdat beleid voeren nu eenmaal nooit helemaal vlekkeloos verloopt, en mensen altijd wel iets vinden om over te klagen. Oppositiepartijen genieten daarentegen een veel comfortabeler positie, want zij kunnen de vinger op de zere wonde leggen, problemen uitvergroten en verkondigen dat de regeringspartijen er niets van bakken. Het kan dus niet verbazen dat iedere partij in haar verkiezingscampagne ‘verandering’ belooft.
Het is echter een illusie om te denken dat wij puur rationeel stemmen op de partij die het beste aanleunt bij onze standpunten. We zijn emotionele beestjes die hun gevoel en intuïtie neigen te volgen, en zich ‘goed voelen’ bij een bepaalde politicus of partij. Vervolgens gaan we onze gevoelens objectiveren door er rationele argumenten aan te koppelen (lees er meer over in nieuwsbrief Volg je intuïtie). Dat we eerder intuïtief stemmen hebben de politieke partijen goed begrepen. Ze spelen daar dan ook vakkundig op in. Dat is waar populisme op neerkomt: politici lokken een emotionele reactie uit door ons oerbrein te beïnvloeden. De populairste partijen hebben een duidelijke gemeenschappelijke vijand, of grote zondebok die de schuld krijgt voor alles wat misloopt. PVDA wijst met een beschuldigende vinger naar de rijken, en het oneerlijke kapitalistische systeem als grote boosdoeners. Voor Vlaams Belang ligt de oorsprong van alle problemen bij de immigranten, en zou een harde migratiestop alles oplossen. Het verbaast mij niets dat die partijen goed scoren: hun boodschap is duidelijk, eenvoudig te begrijpen, emotioneel geladen en speelt in op gevoelens van onrechtvaardigheid. Je wordt voor een keuze gesteld met ogenschijnlijk twee opties: het is zwart of wit, zij of wij – kies maar. In een wereld vol onzekerheid is zulke duidelijkheid best aanlokkelijk.
En dan heb je de andere kant… In één zin: waarvoor staan Open VLD, CD&V en Vooruit? Joost mag het weten. Het is onnoemelijk moeilijk om vandaag een verkiezing te winnen met nuance, een complex maar inhoudelijk sterk hervormingsplan en voorzichtige beloftes. Dat verkoopt gewoon niet. Probeer daar maar eens een catchy TikTok van te maken. Zo verliezen de centrumpartijen onvermijdelijk terrein, hoewel ook zij meer en meer populistische trekjes beginnen te vertonen. Ze beseffen dat ze het spel moeten meespelen, omdat er anders op 9 juni helemaal niets meer voor hen overblijft. De campagnepunten van een populistische partij hoeven helemaal niet grondig uitgewerkt en waterdicht te zijn, ze moeten gewoon een gevoelige snaar raken bij de bevolking. Door meer en meer op die emotie in te spelen, en met sensationele oneliners en slogans te spreken, werk je onvermijdelijk polarisatie en verdeeldheid in de hand. Bovendien vereist de vluchtigheid van sociale media korte content die onze aandacht trekt en vasthoudt, met nóg minder ruimte voor een inhoudelijk gesprek.
Het systeem
Met een dergelijke tendens naar meer populisme en polarisatie, en een afbrokkelend vertrouwen in de politiek, kan je je de vraag stellen of we ons huidige systeem niet grondig moeten hervormen. Volgens Joël De Ceulaer (Hoera! De democratie is niet perfect) is onze liberale democratie de beste regeringsvorm die we ooit hadden. Er is lang en hard voor gevochten om iedereen dit stemrecht te kunnen bieden, en daar mogen we ook dankbaar voor zijn. Onze welvaart steeg enorm de afgelopen decennia, ook voor de minderbedeelden in onze samenleving. En als we objectief rond ons heen kijken, hebben we het vaak best goed, en worden we in België goed beschermd. Iets waar ik ook al over sprak in mijn vorige nieuwsbrief.
Desalniettemin, staat onze democratie fors onder druk. Ik geloof dat democratische verkiezingen zeker hun waarde hebben, maar het is in mijn ogen ook tijd om na te denken over een drastische ingreep. David Van Reybrouck pleit in Tegen Verkiezingen bijvoorbeeld voor een vorm van loting om betrokkenheid en vernieuwing te promoten. Zo kunnen we de groeiende kloof tussen de politiek en de bevolking misschien terug dichtfietsen. Het probleem is dat het politieke systeem inherent om macht draait, en zij die macht hebben, zullen die niet zomaar afgeven. Dat gedrag is des mensen en is een vorm van zelfbehoud. Op 9 juni gaan we opnieuw stemmen, maar op het einde van de rit zijn het altijd dezelfde partijen en politici die het voor het zeggen hebben. Een politicus zal niet makkelijk wetten doorvoeren die zijn eigen functie, en die van collega’s, overbodig maakt. In het verleden vond grote verandering plaats door revoluties, protesten of verzet, waarbij mensen op straat kwamen om de kentering door te voeren. Of zorgde een verkiezingsresultaat voor een vergelijkbaar signaal… Dat er iets moet veranderen lijkt me stilaan duidelijk, maar of die verandering van binnenin de politiek kan komen, is nog maar de vraag.
Toch wil ik de politici niet alles verwijten. Ik heb de indruk dat het vandaag de dag enorm moeilijk is om een goede politicus te zijn. Politici moeten overtuigend en charismatisch zijn, want anders stemmen we niet op hen. Bovendien moeten ze veel kennis van zaken hebben en echte dossiervreters zijn, of er gebeurt niets met de problemen die op tafel liggen. En bovenal moeten ze uitstekend kunnen communiceren, over wat goed en minder goed loopt. En iedereen die op het werk verantwoordelijk is voor bepaalde communicatie, weet hoe moeilijk dat kan zijn. En toch werd de job van politicus nog nooit zo laag gewaardeerd als nu. Ze dragen veel verantwoordelijkheid, maar heel eervol kan je het bezwaarlijk noemen. Het tegenargument dat je dan snel hoort is dat ze toch genoeg geld verdienen: “ze moeten dat maar kunnen”. Al maakt dat hun job er echt niet makkelijker op. Ik vergelijk het nogal eens met een scheidsrechter in het voetbal. Die kunnen ook nooit goed doen voor de supporters, of ze nu een fout gemaakt hebben of niet, maar je hebt ze wel nodig, dus kan je ze maar beter met respect behandelen.
Wij
Het vertrouwen in de politiek schraapt stilaan de bodem, maar misschien is dat niet enkel de schuld van ‘het systeem’ en ‘de politiek’. Volgens Jonathan Sacks (Morality) draagt onze maatschappij daar ook toe bij. Steeds meer draait alles om het individu en minder om het geheel. Eigenbelang wordt boven algemeen belang geplaatst. We luisteren minder naar elkaar en dreigen in bubbels te gaan leven, waar ónze kant steeds gelijk heeft. Als we enkel focussen op onszelf, verliezen we zicht op het grotere plaatje en zal alles meer polariseren. De sociale cohesie en het vertrouwen in politieke instellingen zouden dan verder dreigen af te brokkelen.
Wat we volgens Jonathan Sacks nodig hebben, is meer gemeenschapszin met gedeelde waarden, en het gevoel dat we deel uitmaken van iets groters. ‘Wij’-denken in plaats van ‘ik’-denken. Dat kan enkel als er onderling vertrouwen is, en daarvoor moet iedereen een inspanning leveren. Wij moeten verdraagzaamheid en respect tonen, en durven vertrouwen te geven. Politici zijn ook mensen. Maar de politici moeten dat vertrouwen natuurlijk ook verdienen. Ze moeten durven transparanter te zijn, en eerlijk te spreken over wat wel en niet kan. Durven om fouten toe te geven, en er alles aan doen om hun beloftes na te komen. Die authenticiteit is broodnodig om het vertrouwen te herstellen.
En als de stemmen geteld zijn, en de resultaten gekend, wens ik dat we onze ego’s aan de kant zullen zetten en de andere zijde aan het woord kunnen laten. We zitten allemaal in dezelfde boot, en die kan enkel vooruit varen als we samenwerken. Achter iedere stem zitten bezorgdheden en angsten. Maar achter iedere stem zitten ook hoop en goede intenties. Hele groepen afschrijven als racistisch, naïef of dom is compleet onverantwoord. En dat geldt zowel voor politici als voor ons. Ik hoop dat de verkiezingsresultaten zullen aanzetten tot meer dialoog, en geen geschreeuw en scheldtirades. Luisteren en onderling vertrouwen worden belangrijker dan ooit.
De schuldige
Het vertrouwen in de politiek staat er niet goed voor, en populisten maken daar ijverig gebruik van. Is het de schuld van de politici, onze imperfecte democratie of de individualistische maatschappij? Hoe dan ook lijken we op een kantelpunt te staan, en we hebben zelf de keuze. We kunnen mee zitten roepen langs de zijlijn, of we kunnen het goede voorbeeld geven en in gesprek gaan. Happy voting, and go read something! Ciao!
Maxim

NIET-BOEKENTIPS
• Podcast DS Vandaag: De podcastreeksen ‘Op campagne’ en ‘Stem Z’ van De Standaard zijn genuanceerde en informatieve podcasts die een goed beeld geven over onze politiek.
Geef een reactie op De onzekere wereld – Go Read Something Reactie annuleren